24/03/2017

ziekten en plagen

ziekten en plagen

 

Biologisch landbouw is zo oud als de landbouw zelf. In Europa meer dan zevenduizend jaar. De boeren van vroeger leefden in een rijke omgeving en kenden daarom minder ziekten en plagen. De dag van vandaag is diversiteit een codewoord in de biolandbouw.

Op allerlei manieren probeert boer Lieven zo veel mogelijk biodiversiteit te creeëren rond het Polderveld. Een houtkant houdt niet alleen de wind tegen, maar biedt ook nestgelegenheid aan allerlei vogels. De koolmezen houden de rupsen onder controle en een egel is meer dan welkom om zijn buik vol te eten aan slakken. Bloemenstroken trekken bestuivers aan, maar bijvoorbeeld ook zweefvliegen die hun eitjes leggen in bladluizen, waardoor die dood gaan. Hopelijk broedt er snel een koppel torenvalk in de nestkast vlakbij, zodat zij volop muizen kunnen vangen.


Biologische landbouw wil een zo volledig mogelijk en stabiel systeem laten onstaan als bescherming tegen ziekten en plagen. Net zoals in de natuur is alles met elkaar verbonden. Een onevenwicht in de natuur wordt altijd hersteld. Is er een plaag van bladluizen, dan moet de boer in de eerste plaats geduld hebben en goed kijken. Zijn er lieveheersbeesten in de buurt, dan zullen die zeker hun weg vinden en de bladluizen meestal weer snel onder controle krijgen. Biologische landbouw is het creëren van een goed draaiend en robuust ecosysteem in dienst van de mens.


Bij het Polderveld zullen kippen lopen en in de toekomst misschien een paar varkens en muskuseenden. Ze kunnen de overschotten van de groenten verwerken, ook het onkruid, en de mest is terug bruikbaar als bemesting. Op een stuk achter het Polderveld teelt boer Lieven eigen kippenvoer: triticale (een kruising tussen rogge en tarwe) en voedererwten. De kippen en eenden kunnen ook nuttig werk leveren op het veld. Boer Lieven kan bijvoorbeeld een stuk van het veld tijdelijk afspannen en de kippen en eenden de onkruiden en lastige dieren als slakken en insecten laten opeten.